Om kwart voor 11 glijdt de grijze bolide van mijn vader mijn straat in. We hebben om 11 uur afgesproken, maar hij neemt het zekere voor het onzekere.
Het wordt een trip down memory lane, want hij werkte op deze locatie van het ziekenhuis. Bovendien gaan we na de afspraak bij de bandenspecialist naar onze oude woonplaats, waar ik een substantieel deel van mijn jonge jaren ben opgegroeid.
Als we aankomen bij het AMC, blijkt alles veranderd. Het oude gebouw staat er nog, maar de kroeg van wijlen Yab Yum-baas Theo Heuft heeft moeten wijken voor een stuk parkeerplaats. Ik grinnik; het is naast een nieuwe ingang een in het oog springend detail voor mijn vader.
Ik herken het ziekenhuis ook nog. Lang geleden lag mijn moeder hier een poosje. Het zijn met name de stalen hekjes en het grote winkelplein die deze herinneringen terugbrengen.
In de wachtkamer is het een komen en gaan van mensen. Ander publiek dan in Groningen. Lollig ook, Amsterdamse humor. Zo komt lookalike Johnny Kraaijkamp sr. op een ziekenhuisbed voorbijvliegen. In plat Amsterdams praat hij de broeder bij over Sjaak uit de Jordaan. Een vrouw die even naar de wc was, is haar man kwijt en roept: “Hij is pleite”. Onderwijl ginnegapt mijn vader herinneringen op aan zijn tijd in het AMC. Samen met zijn beste vriend Frank zette hij de boel op stelten, althans dat is het beeld dat ik er zo langzamerhand van krijg.
Een met jodium gevuld infuus en een scan later staan we weer buiten. Op naar Nederhorst den Berg. We herkennen weinig tot we in de buurt van Weesp komen.
Als we het dorp inrijden, parkeren we de auto en lopen we vanaf het dorpsplein naar ons oude huis. Alles is zoveel kleiner dan in mijn herinnering. De kledingwinkel Brinkers bestaat nog en het Chinese restaurant waar onze hond Timber op tafel sprong. Het pad naar het huis van Dieuwertje Blok weten we nog te vinden, omdat Timber daar ooit voor de deur door het ijs zakte.
Zodra we de straat inlopen en voor ons huis staan, flitsen herinneringen aan mooie en minder mooie tijden door mijn geheugen. Ik kijk naar het oude slaapkamerraam en ik
zie mij daar samen staan met mijn moeder op oudejaarsavond 1984. Ik ben zes en zij vijfendertig jaar oud. Hand in hand kijken we naar het vuurwerk. Ik zie een dapper en bang meisje en een vrouw die aan de vooravond staat van de strijd van haar leven. Beide wisten heel goed wat er kon gebeuren. De tranen stromen even kort over mijn wangen.
Een deur verderop is de kwieke Wil in de tuin aan het werk. Het blijkt de dochter van onze inmiddels overleden buurvrouw en de tante van een oud klasgenootje van mij. We worden uitgenodigd voor thee en Merci. Zorgvuldig worden we bijgepraat over de laatste roddels. Na de thee glippen we samen met Wil nog even binnen bij de andere buren, die inmiddels in de negentig zijn en waarschijnlijk niet helemaal kunnen plaatsen wie we zijn.
Langs het prachtige kasteel waar Marten Toonder de avonturen van Olie B. Bommel bedacht en ik in de tuin hutten bouwde, lopen we terug naar de auto. Via mijn oude basisschool rijden we op ons gemak weer naar de plek waar ik mij het meest thuis voel: Groningen.
#grijzepruikjes
